Hebben wij het ware Evangelie?

Predikers vragen je om in Jezus te geloven. Maar je kunt alleen in Jezus geloven als je kunt vertrouwen wat er in de Bijbel over Hem gezegd wordt. We hebben het vaak over ‘het Evangelie’, wanneer we over Jezus spreken. Evangelie betekent letterlijk ‘blijde boodschap’, goed nieuws. Dus, wat is dit goede nieuws en hoe kunnen we er zeker van zijn dat we het oorspronkelijke goede nieuws over Jezus hebben? Als je daar een antwoord op hebt, dan kun je zeker zijn wat je geloof in Jezus betreft. Ja, we hebben het ware Evangelie. Dit artikel gaat je uitleggen hoe we daar zekerheid over kunnen hebben.

Het Evangelie volgens Paulus

De apostel Paulus was een van de eerste mensen die het Romeinse keizerrijk bereisde om anderen het goede nieuws over Jezus te vertellen. In één van zijn brieven geeft hij een korte samenvatting van het Evangelie dat hij verkondigde. Dit is het goede nieuws, zegt hij: “dat Christus gestorven is voor onze zonden, overeenkomstig de Schriften, en dat hij begraven is, en dat Hij opgewekt is op de derde dag, overeenkomstig de Schriften” (1 Korinthiërs 15:3,4).

Paulus schreef deze woorden in het jaar AD 54. Het kan een jaar eerder geweest zijn of een jaar later, maar we zijn er zeker van dat het in die periode geschreven is. Omdat Jezus in het jaar AD 30 gekruisigd werd, is dit slechts 24 jaar na Zijn dood en opstanding. Maar we kunnen nóg dichter bij het echte verhaal komen. Paulus schrijft dat hij zijn evangelie aan de Korinthiërs bekendmaakte (1 Korinthiërs 15:1). Paulus was in AD 50 in Korinthe. Hij verkondigde zijn boodschap dus 20 jaar na de kruisiging.

Kunnen we er nog dichterbij komen? Ja, dat kan. Want Paulus zegt dat hij zelf het evangelie ‘ontvangen’ heeft (1 Korinthiërs 15:3). Het woord ‘ontvangen’ is hier een technische uitdrukking en betekent dat hij het onderwijs in een vaste formulering ontving, net zoals een pakje. Wanneer ontving Paulus dat onderwijs? De enige mogelijkheid is dat het gebeurde toen hij de leiders van de gemeente in Jeruzalem ontmoette, kort nadat hij een volgeling van Jezus was geworden (zie Handelingen 9:26-30).

Dit was in het jaar AD 35, een luttele vijf jaar na Jezus’ dood en opstanding. Maar het duurt altijd even voordat een leer vaste vorm krijgt en als zodanig aanvaard wordt door de hele groep. Laten we daar 3 jaar voor nemen als ruwe schatting. Zo wordt het bewijs geleverd dat het Evangelie “dat Christus gestorven is voor onze zonden, overeenkomstig de Schriften, en dat Hij begraven is, en dat Hij opgewekt is op de derde dag, overeenkomstig de Schriften” al verkondigd werd in AD 32, nauwelijks twee jaar na de kruisiging! Dit maakt overduidelijk dat we het ware Evangelie hebben vanaf een tijdstip kort na Jezus’ aardse leven.

De evangeliën in het Nieuwe Testament

Het Evangelie dat Paulus verkondigde en dat ons uitnodigt te geloven, is gegrond op een aantal historische feiten over Jezus. Ik heb net laten zien dat mensen hierin geloofden kort na Jezus’ aardse leven. Zijn er voldoende redenen voor ons om er ook in te geloven? Ja, die zijn er. We hebben vier evangeliën in het Nieuwe Testament, biografieën van Jezus: Mattheüs, Marcus, Lukas en Johannes. Twee van deze (Mattheüs en Johannes) werden geschreven door ooggetuigen, en twee door schrijvers die met ooggetuigen gesproken hebben (Marcus en Lukas). Ik geloof dat ze geschreven zijn in jaren 50 (Marcus), 60 (Mattheüs en Lukas), and 90 (Johannes). Er zijn mensen die latere data voorstellen voor de eerste evangeliën, maar veel verschil maakt dat niet. We hebben dus biografieën over Jezus geschreven enkele decennia na Zijn leven.

Deze biografieën zijn opvallend gelijkluidend in wat ze over Jezus vertellen. Ze schilderen Hem alle vier als de Zoon van God, die Zijn bediening begon in Galilea, die rond trok om over God te vertellen, die wonderen deed, werd gekruisigd en vervolgens opstond uit de dood. Ze vertellen alle vier het verhaal van Jezus vanuit een ander gezichtspunt, en versterken en bevestigen elkaar op die manier.

Als we de vier evangeliën lezen, dan presenteren ze zich aan ons als de biografieën van een echt iemand, niet als mythen. Dat ze zo werden gezien, is overduidelijk. Vanaf het begin waren mensen zo overtuigd van de feiten over Jezus, dat ze bereid waren om voor hun geloof te sterven.

Onbedoelde overeenkomsten

Als je de evangeliën leest, dan kom je een aantal ‘onbedoelde overeenkomsten’ tegen die een sterk pleidooi vormen voor de historische betrouwbaarheid van deze verslagen. Enkele voorbeelden hiervan:

  • In Johannes 6 lezen we het verhaal van de wonderbare spijziging van de 5000 ergens bij de zee van Galilea. Als de mensen bij Hem komen, vraagt Hij Filippus waar ze broden kunnen kopen voor die hele menigte (vs. 5). Als dit een verzonnen verhaal was, waarom zou Jezus dat dan aan Filippus vragen? Misschien dat Petrus genoemd zou zijn, als de bekendste apostel. Of Mattheüs of Judas die beiden iets met financiën hadden gedaan. Waarom Filippus in vredesnaam? Die was uit Bethsaïda vertelt Johannes op een andere plaats (Johannes 12:21). En Lukas vertelt ons in zijn evangelie nauwkeurig waar dit wonder plaatsvond: in de buurt van Bethsaïda! (Lukas 9:10). We zien dus dat de tekst in Lukas bevestigt dat het logisch is dat Filippus wordt genoemd in Johannes;
  • Lukas beschrijft het Laatste Avondmaal in hoofdstuk 22. Daar zegt Jezus dat Hij onder de discipelen is als iemand die dient (vs. 27). Het is niet duidelijk waar deze uitspraak op gebaseerd is. Maar in Johannes 13 lezen we dat Jezus bij diezelfde maaltijd de voeten van zijn discipelen wast. De vermelding in Johannes bevestigt de waarschijnlijkheid van wat Jezus zei volgens Lukas. Maar andersom is het ook waar. Johannes legt niet uit waarom Jezus hun voeten wast. Maar Lukas vermeldt weer dat de discipelen aan tafel ruzie aan het maken waren over wie de belangrijkste was (Lukas 22:24). Dit gegeven past naadloos aan bij wat Jezus deed. We zien dus dat de twee evangeliën elkaar bevestigen.
  • In Mattheüs 14:2 lezen we de opmerking die Herodes tegen zijn knechten maakt. Hoe kan Mattheüs weten wat er in Herodes’ paleis gebeurt? Een typisch detail dat een schrijver zou gebruiken om het verhaal smeuïger te maken, zou je zeggen. Maar er is een andere verklaring. Lukas 8:3 vermeldt enkele vrouwen die Jezus volgden. Eén van hen was: “Johanna, de vrouw van Chusas, de rentmeester van Herodes”. Lukas laat dus een mogelijke oplossing van het raadsel in Mattheüs zien.

Dit zijn voorbeelden uit de tekst van de evangeliën zelf die bevestigen dat het geen fictieve verhalen zijn. De evangeliën zijn geschiedschrijving. Ze bevatten de waarheid over Jezus. Hij stierf voor onze zonden, Hij stond weer op uit de dood. Dat is het Evangelie en een ieder die het gelooft, zal eeuwig leven ontvangen.

Deel artikel