Handen van overpriesters en Schriftgeleerden

‘Zie, wij gaan naar Jeruzalem en de Zoon des mensen zal aan de overpriesters en Schriftgeleerden overgeleverd worden, en zij zullen Hem ter dood veroordelen.’ (Mattheüs 20:18)

Het leek er eigenlijk niet op dat Jezus zou moeten lijden en sterven. Grote aantallen mensen volgden Hem onderweg (Mattheüs 19:1-2). Zoveel aanhangers!

Overpriesters gaven leiding aan de diensten en de offers in de tempel. Schriftgeleerden gaven godsdienstig onderwijs. Beide groepen hadden grote kennis van de woorden van God, zij waren voorbeelden voor het volk. Best schokkend om te lezen dat het de handen van déze geestelijk leiders waren die Jezus afwezen en uit de weg wilden ruimen (Jesaja 53:4-6). Geen buitenlandse vijanden, maar volksgenoten die godsdienstig leefden en hun leven aan God toegewijd hadden… Zij zouden Jezus moeten kunnen herkennen in de woorden die de profeten over Hem uitgesproken hadden.

Omdat Israël leefde onder Romeinse bezetting, mochten alleen de Romeinen doodvonnissen uitvoeren. Iemand ter dood veroordelen kon wel, maar alleen de Romeinse overheid besliste hierover en voerde het vonnis uit. Jezus’ éigen volksgenoten en geestelijk leiders zouden Hem aan de vijand van Israël overleveren om aan hun eigen verlangen te voldoen: De dood voor Jezus. Voor de derde keer sprak Jezus hierover met Zijn leerlingen. Hij moest naar Jeruzalem.Reflectie: ‘de handen van overpriesters en schriftgeleerden.’ Welk beeld ontstaat bij jou als je over deze woorden nadenkt? Wat wil je Jezus daarover zeggen?

📁 ,
Handen van overpriesters en Schriftgeleerden

‘Zie, wij gaan naar Jeruzalem en de Zoon des mensen zal aan de overpriesters en Schriftgeleerden overgeleverd worden, en zij zullen Hem ter dood veroordelen.’ (Mattheüs 20:18)

Het leek er eigenlijk niet op dat Jezus zou moeten lijden en sterven. Grote aantallen mensen volgden Hem onderweg (Mattheüs 19:1-2). Zoveel aanhangers!

Overpriesters gaven leiding aan de diensten en de offers in de tempel. Schriftgeleerden gaven godsdienstig onderwijs. Beide groepen hadden grote kennis van de woorden van God, zij waren voorbeelden voor het volk. Best schokkend om te lezen dat het de handen van déze geestelijk leiders waren die Jezus afwezen en uit de weg wilden ruimen (Jesaja 53:4-6). Geen buitenlandse vijanden, maar volksgenoten die godsdienstig leefden en hun leven aan God toegewijd hadden… Zij zouden Jezus moeten kunnen herkennen in de woorden die de profeten over Hem uitgesproken hadden.

Omdat Israël leefde onder Romeinse bezetting, mochten alleen de Romeinen doodvonnissen uitvoeren. Iemand ter dood veroordelen kon wel, maar alleen de Romeinse overheid besliste hierover en voerde het vonnis uit. Jezus’ éigen volksgenoten en geestelijk leiders zouden Hem aan de vijand van Israël overleveren om aan hun eigen verlangen te voldoen: De dood voor Jezus. Voor de derde keer sprak Jezus hierover met Zijn leerlingen. Hij moest naar Jeruzalem.Reflectie: ‘de handen van overpriesters en schriftgeleerden.’ Welk beeld ontstaat bij jou als je over deze woorden nadenkt? Wat wil je Jezus daarover zeggen?

📁 ,