“Geliefden, als God ons zo liefhad, moeten ook wij elkaar liefhebben. Niemand heeft ooit God gezien. Als wij elkaar liefhebben, blijft God in ons en is Zijn liefde in ons volmaakt geworden.” (1 Johannes 4:11-12)
Gods liefde is uniek. Niemand van ons kan zo volmaakt liefhebben als Hij. Toch worden wij wel degelijk opgeroepen om Zijn liefde door te geven aan anderen. Dat is zelfs een expliciet gebod van God (1 Johannes 4:21). Jezus Zelf verwoordt dat zo: “Zoals Ik u liefgehad heb, moet u ook elkaar liefhebben. Hierdoor zullen allen inzien dat u Mijn discipelen bent: als u liefde onder elkaar hebt.” (Johannes 13:34-35)
Het liefhebben van anderen is een noodzakelijk gevolg van Gods liefde voor ons. Als wij iets geproefd en ervaren hebben van Gods onmetelijke liefde, dan is het onmogelijk om nog zelfzuchtig verder te leven. Johannes stelt dat heel scherp: “Als iemand zou zeggen: Ik heb God lief, en hij zou zijn broeder haten, dan is hij een leugenaar.” (1 Johannes 4:20)
Tegelijk is het liefhebben van anderen een blijvende uitdaging. Het gaat niet vanzelf! Vandaar ook dat Johannes er steeds weer op hamert: “Wij moeten elkaar liefhebben!” Dit is een opdracht, iets dat we actief moeten doen. Het is niet (altijd) een gevoel. Ook hierin moeten we op God lijken. Zijn liefde was gericht op vijandige, zondige mensen van wie Hij aanvankelijk geen enkele liefde terugkreeg.
Probeer jij om Gods liefde door te geven? Welke positieve of negatieve ervaringen heb je hierbij opgedaan?

