God straft Zijn kinderen om hen te corrigeren

Als u bestraffing verdraagt, behandelt God u als kinderen. Want welk kind is er dat niet door zijn vader bestraft wordt?” (Hebreeën 12:7)

De Heere God veroordeelt niemand die in Hem gelooft tot eeuwige verdoemenis, omdat Jezus Christus de straf op de zonde al heeft gedragen. Dat betekent echter niet dat Christenen alles kunnen doen wat ze maar willen, zonder dat het gevolgen heeft.

Toen David een moord en overspel pleegde, confronteerde de profeet Nathan hem met zijn gedrag. David toonde berouw en ontving vergeving, maar voor de rest van zijn leven leed hij onder de gevolgen van zijn misstap, “omdat u … door deze zaak de vijanden van de HEERE zeer hebt doen lasteren”, zo vertelde Nathan hem (2 Samuel 12:13-14). Dus God kan nog steeds recht uitoefenen door tijdelijke straffen.

Hebreeën 12 wijst ons op een iets andere situatie, waar gelovigen beproevingen ervaren omdat de Heere hen “tuchtigt”. Hij is als een liefhebbende vader die het beste wil voor zijn kinderen, en hen daarom straft voor hun eigen bestwil. Op het moment zelf is dat onaangenaam. Maar later brengt het “een vreedzame vrucht van gerechtigheid”, vertelt de Bijbel ons. God straft dus niet uit wreedheid, maar uit liefde. Hij wil ons corrigeren en heilig maken. Daarom sluit Hij Zijn ogen niet voor onze (onbeleden) zonde, maar straft ons als dat nodig is.

Heb jij zulke bestraffing meegemaakt? Als je terugkijkt, heeft die straf dan iets goeds uitgewerkt?

Deel artikel