“Welnu dan, het zwaard zal voor eeuwig niet van uw huis wijken, omdat u Mij veracht hebt en de vrouw van Uria, de Hethiet, genomen hebt om u tot vrouw te zijn.” (2 Samuel 12:10)
David had overspel en moord gepleegd, maar hij had alles zorgvuldig gladgestreken. Haast niemand wist wat hij had gedaan, en David dacht gewoon door te kunnen gaan met zijn leventje. Maar de Heere God wist wél wat er gebeurd was, en Hij liet dit kwaad niet ongestraft. De profeet Nathan confronteerde David met zijn daden en kondigde Gods straf aan.
David had opdracht gegeven Uria met een zwaard te laten doden en had vervolgens Uria’s vrouw voor zichzelf genomen. Daarom zou zijn eigen familie vergelijkbare verschrikkingen doormaken: “Het zwaard zal voor eeuwig niet van uw huis wijken” en “[Ik] zal uw vrouwen voor uw ogen nemen en hen aan uw naaste geven”.
God straft onrecht zonder aanzien des persoons. David was koning van Israël, maar dat gaf hem niet het recht om Uria’s vrouw te nemen. Hij was machtig genoeg om iemand te laten vermoorden en dat verborgen te houden, maar hij kon God niet voor de gek houden.
Laat dit verhaal een waarschuwing voor ons zijn. Denk niet dat je bepaalde zonden kunt verbergen en zo Gods straf kunt ontgaan. Als je gezondigd hebt, is het veel beter om dat te belijden en God om vergeving te vragen.
Is er iets in jouw leven gebeurd dat je geheim probeert te houden? Hoe beïnvloedt dat jouw relatie met God?

