Pas op dat u niet een van deze kleinen veracht. Want Ik zeg u dat hun engelen in de hemelen altijd het aangezicht zien van Mijn Vader, Die in de hemelen is.” (Mattheüs 18:10)

Opnieuw neemt Jezus kinderen als voorbeeld voor gelovigen. Ook dit vers spreekt zowel over letterlijke kinderen als over ‘geringe mensen’. De Heere Jezus waarschuwt Zijn publiek om “deze kleinen” niet te verachten. Want, zegt Hij, ze hebben een kort lijntje naar hun hemelse Vader! Ze worden voor Zijn troon vertegenwoordigd door engelen. De Bijbel zegt niet dat iedere gelovige zijn eigen persoonlijke beschermengel heeft, maar wel dat engelen in het algemeen worden “uitgezonden … ten dienste van hen die de zaligheid zullen beërven” (Hebreeën 1:14).

Hier op aarde lijkt het soms alsof ‘geringe mensen’ niemand hebben die voor hen opkomt. Kinderen worden schijnbaar straffeloos uitgebuit. Arbeiders uit de lagere klassen worden nauwelijks vertegenwoordigd in de politiek en hun stem wordt genegeerd door degenen die de touwtjes in handen hebben. Minderheden worden slecht behandeld. Maar dat is slechts het zichtbare deel van de werkelijkheid. Jezus zegt dat de geestelijke wereld er heel anders uitziet. En dat is opnieuw zowel een troost als een waarschuwing. Als wij tot “deze kleinen” behoren, mogen we weten dat de Heere wel degelijk weet wat ons wordt aangedaan en daar ook op zal reageren. Maar als wij juist anderen “verachten”, blijft dat niet ongestraft!

Hoe verandert de wetenschap dat engelen “kleine mensen” voor Gods troon vertegenwoordigen, jouw blik op de wereld?