“En er kwam vrees over iedereen en er werden veel wonderen en tekenen door de apostelen gedaan” (Handelingen 2:43)
Toen de Heere Jezus Zijn discipelen de opdracht gaf om overal het Evangelie te verkondigen, verbond Hij daar een belofte aan. Hij zou altijd bij hen zijn, tot aan de voleinding van de wereld. In het boek Handelingen wordt Zijn betrokkenheid zichtbaar. De Heilige Geest gaf de leerlingen de moed om vrijuit over Jezus te spreken. Hij gaf hen daar ook de juiste woorden voor — zelfs in verschillende talen. En hun toespraken werden bekrachtigd door allerlei wonderen. Er werden bijvoorbeeld veel zieken genezen en demonen uitgedreven. Dat trok natuurlijk de aandacht van het grote publiek. Het liet ook iets zien van Gods nieuwe wereld, waar geen pijn en ziekte meer zal bestaan. En het was een duidelijk bewijs dat de Heere Jezus, ook al was Hij naar de hemel teruggekeerd, nog steeds macht heeft op aarde. Hij is sterker dan de machten van het kwaad.
Sinds de periode waarover het boek Handelingen schrijft, is God niet veranderd. Hij is nog steeds even machtig. Hij werkt ook nog steeds met Zijn Geest in het hart van gelovigen. Hoe merk jij Zijn aanwezigheid in je eigen leven en in de wereldwijde kerk?
Tegelijk was deze eerste periode uniek. De Heilige Geest werkt niet altijd en overal zo duidelijk zichtbaar. Waarom is dat zo, denk je?

