Er zijn een paar plaatsen in de Bijbel waar geest, ziel en lichaam alle drie worden genoemd:

En moge de God van de vrede Zelf u geheel en al heiligen, en mogen uw geheel oprechte geest, de ziel en het lichaam onberispelijk bewaard worden bij de komst van onze Heere Jezus Christus.” (1 Tessalonicenzen 5:23).

Want het Woord van God is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard, en het dringt door tot op de scheiding van ziel en geest, van gewrichten en merg, en het oordeelt de overleggingen en gedachten van het hart.” (Hebreeën 4:12).

Betekenis van de geest, de ziel en het lichaam

Maar wat wordt er precies bedoeld met lichaam, ziel en geest? Het lijkt niet al te moeilijk om het lichaam te onderscheiden van de ziel en de geest. Het lichaam is fysiek en met de vijf zintuigen (zien, horen, proeven, ruiken en aanraken) hebben we contact en interactie met de fysieke buitenwereld. De ziel en de geest zijn veel moeilijker van elkaar te scheiden. Veel christenen zijn van mening dat de ziel het deel van ons is dat onze wil, affecties en gedachten bedekt. De ziel is het deel van ons dat zich met onze medemens verbindt. De geest is het deel dat zich met God verbindt en dat zaken als geloof, vertrouwen, aanbidding en dergelijke omvat. De geest wordt gezien als het innerlijkste deel van ons wezen. Hij wordt omhuld door onze ziel, die op haar beurt weer wordt omhuld door ons lichaam. De geest is dan het deel dat regeneratie nodig heeft in de persoon die God niet kent.

Niet gemakkelijk te lokaliseren

Een nadere beschouwing van de manier waarop de woorden ‘ziel’ en ‘geest’ in de Schrift worden gebruikt, onthult echter dat het niet eenvoudig is om de exacte betekenis ervan vast te stellen. Soms verwijst het woord ‘ziel’ naar het deel van de mens dat in de eeuwigheid zal voortleven, zoals in Matteüs 10:28: “En vreest niet degenen die het lichaam doden, maar de ziel niet kunnen doden. Vrees hem die zowel de ziel als het lichaam in de hel kan vernietigen”. En in het Grote Gebod wordt ons geleerd om “God met heel onze ziel lief te hebben” (Matteüs 22:37). Het woord geest wordt in deze verzen niet genoemd; toch richten ze zich op onze relatie tot God, niet tot de medemens.

Niet belangrijk?

Het lijkt erop dat God het niet belangrijk vond om ons een duidelijke definitie van de twee woorden te geven. Ook al wordt er in 1 Tessalonicenzen 5:23 en Hebreeën 4:12 een onderscheid gemaakt tussen geest en ziel, het wordt niet precies duidelijk wat het onderscheid inhoudt. Het belangrijkste dat we moeten onthouden is dat het deel van ons dat ziel of geest wordt genoemd, de wedergeboorte door Gods Geest nodig heeft. Zonder het werk van de Geest in ons zijn we dood en niet in staat om God te kennen en zijn woord te begrijpen.