Een inleiding in Bijbelse context (1/2)

Zoals menig christen die ooit het voorrecht heeft gehad om de Schrift te bestuderen in aanwezigheid van een Joods persoon of iemand afkomstig uit het Midden-Oosten, kan bevestigen: er is een schat aan informatie in het Nieuwe Testament die (westerse) christenen helaas niet op waarde kunnen schatten of zelfs herkennen. Dat komt omdat veel christenen niet bekend zijn met de culturele en taalkundige achtergronden die vanzelfsprekend zijn voor iemand die uit het ‘Bijbelse’ gebied komt of wortels heeft in dat deel van de wereld. Hieronder volgen een paar voorbeelden die je kunnen aanmoedigen om je verder te verdiepen in de rijkdom van de Schrift!

1. Perceptie verandert het verhaal 

Als een vriend ons ’s ochtends een berichtje stuurt dat hij later die dag van Londen naar Rome wil reizen, gaan we ervan uit dat de vriend aan het eind van de middag in Rome zal zijn. Dat komt omdat we weten wat de reis inhoudt. Het bericht ‘Nu in Londen, reis vandaag naar Rome’ zal een mentaal plaatje oproepen van een luchthaven, een vliegtuig en een vlucht die na 2 à 3 uur in Italië landt.
Als datzelfde bericht in 1823 was geschreven, zouden de beelden in het hoofd van de ontvanger er heel anders hebben uitgezien. Een reis van Londen naar Rome zou weken hebben geduurd: reizen met een paardenkoets, een stoomschip en – bij gebrek aan een spoorwegnet – nog veel meer dagen in koetsen over hobbelige, onverharde wegen.
Daarom creëert identieke informatie (‘Nu in Londen, reis vandaag naar Rome’) een heel ander beeld afhankelijk van onze kennis over het ‘hoe en wanneer’. Zo kunnen ook Bijbelverzen verschillende beelden oproepen in onze gedachten, afhankelijk van wat we weten over de Joodse cultuur en gebruiken uit die tijd.

2. De implicaties van ogenschijnlijk onbetekenende details

Lukas 5:1-11 vertelt hoe Jezus een aantal vissers, waaronder Petrus, Jakobus en Johannes, opdraagt om eerst uit te varen en vis te vangen en vervolgens om Hem te volgen. In Markus 1:18 lezen we over dezelfde gebeurtenis: “En zij lieten meteen hun netten achter en volgden Hem.” 
Moderne lezers (die geen vissers zijn) zullen waarschijnlijk het belang van dit vers missen. Na elke vangst moeten vissers hun netten wassen. Als ze dat niet doen, blijft er organisch afval aan de netten kleven. Dit gaat stinken en beschadigt de vis die met de netten gevangen wordt, en de netten zelf zullen aangetast worden. Netten moeten onmiddellijk worden schoongemaakt en gerepareerd, anders riskeert de visser zijn middelen tot levensonderhoud te verliezen. De netten zijn immers zijn gereedschap en met kapotte netten kun je niet vissen. Dit betekent dat weglopen van vuile netten inhoudt dat je je inkomstenbron opgeeft. Met dit in gedachten kunnen we begrijpen dat de discipelen echt een memorabele beslissing namen toen ze besloten om Jezus te volgen.

3. Hoe eenvoudige details een groots effect kunnen hebben  

Soms is er al iets gebeurd voordat we in het verhaal komen. Johannes 4:4-42 vertelt ons over een gesprek tussen Jezus en een Samaritaanse vrouw. De vrouw zelf wijst er al op dat een Joodse man normaal gesproken niets aan een Samaritaanse zou vragen, en zoals we in vers 27 lezen is het ook heel ongebruikelijk dat een man alleen met een vrouw in gesprek gaat. Maar waarom was deze vrouw daar eigenlijk? Het is het zesde uur (12 uur ’s middags onze tijd), de heetste tijd van de dag, en ze is alleen. Normaal gesproken gaan vrouwen eerder op de dag water putten, samen met andere vrouwen, als groep, omdat dat veel veiliger is. Heeft de manier waarop ze leeft met de ‘man die niet haar man is’, haar gedwongen om op dat ongebruikelijke tijdstip alleen naar de put te gaan? Was ze niet welkom in de groep? De reden blijft geheim. Maar haar vragen en antwoorden geven aan dat ze meer dan een gemiddelde kennis heeft van Gods beloften – specifiek in Johannes 4:25 waar ze zegt: “Ik weet dat de Messias komt; wanneer Hij komt, zal Hij ons alles verkondigen.” Hoe dan ook, door haar omstandigheden is ze bij de waterput als Jezus langskomt. Het stelt haar in staat om Jezus te ontmoeten en hierdoor worden de inwoners van de Samaritaanse stad gered. God heeft deze ontmoeting op wonderbaarlijke wijze georchestreerd!

 4. Symboliek die wijst op een grootse toekomst

Soms creëren we onze eigen versie van gebeurtenissen op basis van hoe anderen ze vóór ons interpreteerden. Mattheüs 2:1 zegt: “Wijzen uit het oosten kwamen in Jeruzalem aan”. Let op dat de tekst niet vermeldt dat er drie wijzen waren. Het kunnen er tien geweest zijn; het kunnen er ook twee geweest zijn. Wat we wel weten is dat ze drie soorten geschenken gaven: “goud en wierook en mirre” (Mattheüs 2:11). 

Voor het geval je het je afvroeg: dit zijn geen typische cadeaus voor een baby. Elk geschenk heeft een symbolische betekenis. Het goud staat voor koningschap op aarde, terwijl wierook symbool staat voor goddelijkheid of een priesterlijke rol. Mirre werd gebruikt om de doden te balsemen – het symboliseert de dood. Het geschonken goud zou al snel een heel praktisch cadeau blijken te zijn: nadat de wijzen waren vertrokken, kreeg Jozef de opdracht om met Maria en het Kind naar Egypte te vluchten. De heilige familie zal dit geschenk bijzonder nuttig hebben gevonden voor reiskosten en voedsel. De wierook en mirre waren geschenken voor verder in de toekomst als symbool voor Jezus als de Zoon van God (Johannes 1:14, Lukas 1:35) en Zijn rol als onze Hogepriester (Hebreeën 2:17; 4:14; 5:6; 7:26-27).

5. Context brengt het gelezene tot leven 

In Lukas 15:11-32 vertelt Jezus de gelijkenis van de verloren zoon. De jongste zoon verlaat zijn vader en broer, nadat hij zijn deel van de erfenis van zijn vader in ontvangst heeft genomen. Hij geeft het geld uit in het buitenland, realiseert zich dat hij een fout heeft gemaakt en keert terug naar een warm welkom. Toen de Farizeeën en hun gezelschap deze gelijkenis hoorden, zal het beeld in hun gedachten hun culturele begrip hebben weerspiegeld. “Vader, geef mij het erfdeel dat mij toekomt.” Voor hen zou dit hebben betekend dat de zoon de vader dood verklaarde en zijn erfenis opeiste. Een grote belediging, vooral omdat hij de jongste zoon was die, volgens het Hebreeuwse erfrecht, slechts de helft zou hebben gekregen van wat de oudste zoon erfde. Dit betekende dat de vader gedwongen was om de waarde van zijn nalatenschap te schatten en het geld te vinden om de zoon uit te betalen. In vers 15 wordt de zoon een veld ingestuurd om varkens te voeren. Varkens zijn voor Joden onreine dieren: de zoon, die trots het geld van zijn vader in ontvangst nam om het er goed van te nemen, wordt volkomen vernederd.
Dan, in vers 20, rent de vader naar de zoon toe om hem te verwelkomen. Wij zien een sympathieke vader; maar de Joden uit de eerste eeuw zagen extreem beschamend gedrag. Want tijdens het rennen zou de vader zijn benen hebben ontbloot, en dat was volstrekt ongehoord. Bovendien had de zoon zijn erfenis in een vreemd land verloren. In de Joodse cultuur zou deze wandaad hebben geleid tot een speciale ceremonie, de ‘kezaza’, om hem af te snijden van de gemeenschap. Maar door de schande van zijn zoon op zich te nemen, voorkomt de vader deze ‘afwijzing van de gemeenschap’.

Natuurlijk gaat de gelijkenis van de verloren zoon voor christenen niet in de eerste plaats over schaamte en vernedering. Waar we ons in kunnen verheugen, is dat de verloren zoon zich bekeert en onvoorwaardelijk wordt verwelkomd door zijn liefhebbende vader. Wat een prachtig vooruitzicht!

Met dank aan GospelImages voor de prachtige afbeelding.

📁
Een inleiding in Bijbelse context (1/2)

Zoals menig christen die ooit het voorrecht heeft gehad om de Schrift te bestuderen in aanwezigheid van een Joods persoon of iemand afkomstig uit het Midden-Oosten, kan bevestigen: er is een schat aan informatie in het Nieuwe Testament die (westerse) christenen helaas niet op waarde kunnen schatten of zelfs herkennen. Dat komt omdat veel christenen niet bekend zijn met de culturele en taalkundige achtergronden die vanzelfsprekend zijn voor iemand die uit het ‘Bijbelse’ gebied komt of wortels heeft in dat deel van de wereld. Hieronder volgen een paar voorbeelden die je kunnen aanmoedigen om je verder te verdiepen in de rijkdom van de Schrift!

1. Perceptie verandert het verhaal 

Als een vriend ons ’s ochtends een berichtje stuurt dat hij later die dag van Londen naar Rome wil reizen, gaan we ervan uit dat de vriend aan het eind van de middag in Rome zal zijn. Dat komt omdat we weten wat de reis inhoudt. Het bericht ‘Nu in Londen, reis vandaag naar Rome’ zal een mentaal plaatje oproepen van een luchthaven, een vliegtuig en een vlucht die na 2 à 3 uur in Italië landt.
Als datzelfde bericht in 1823 was geschreven, zouden de beelden in het hoofd van de ontvanger er heel anders hebben uitgezien. Een reis van Londen naar Rome zou weken hebben geduurd: reizen met een paardenkoets, een stoomschip en – bij gebrek aan een spoorwegnet – nog veel meer dagen in koetsen over hobbelige, onverharde wegen.
Daarom creëert identieke informatie (‘Nu in Londen, reis vandaag naar Rome’) een heel ander beeld afhankelijk van onze kennis over het ‘hoe en wanneer’. Zo kunnen ook Bijbelverzen verschillende beelden oproepen in onze gedachten, afhankelijk van wat we weten over de Joodse cultuur en gebruiken uit die tijd.

2. De implicaties van ogenschijnlijk onbetekenende details

Lukas 5:1-11 vertelt hoe Jezus een aantal vissers, waaronder Petrus, Jakobus en Johannes, opdraagt om eerst uit te varen en vis te vangen en vervolgens om Hem te volgen. In Markus 1:18 lezen we over dezelfde gebeurtenis: “En zij lieten meteen hun netten achter en volgden Hem.” 
Moderne lezers (die geen vissers zijn) zullen waarschijnlijk het belang van dit vers missen. Na elke vangst moeten vissers hun netten wassen. Als ze dat niet doen, blijft er organisch afval aan de netten kleven. Dit gaat stinken en beschadigt de vis die met de netten gevangen wordt, en de netten zelf zullen aangetast worden. Netten moeten onmiddellijk worden schoongemaakt en gerepareerd, anders riskeert de visser zijn middelen tot levensonderhoud te verliezen. De netten zijn immers zijn gereedschap en met kapotte netten kun je niet vissen. Dit betekent dat weglopen van vuile netten inhoudt dat je je inkomstenbron opgeeft. Met dit in gedachten kunnen we begrijpen dat de discipelen echt een memorabele beslissing namen toen ze besloten om Jezus te volgen.

3. Hoe eenvoudige details een groots effect kunnen hebben  

Soms is er al iets gebeurd voordat we in het verhaal komen. Johannes 4:4-42 vertelt ons over een gesprek tussen Jezus en een Samaritaanse vrouw. De vrouw zelf wijst er al op dat een Joodse man normaal gesproken niets aan een Samaritaanse zou vragen, en zoals we in vers 27 lezen is het ook heel ongebruikelijk dat een man alleen met een vrouw in gesprek gaat. Maar waarom was deze vrouw daar eigenlijk? Het is het zesde uur (12 uur ’s middags onze tijd), de heetste tijd van de dag, en ze is alleen. Normaal gesproken gaan vrouwen eerder op de dag water putten, samen met andere vrouwen, als groep, omdat dat veel veiliger is. Heeft de manier waarop ze leeft met de ‘man die niet haar man is’, haar gedwongen om op dat ongebruikelijke tijdstip alleen naar de put te gaan? Was ze niet welkom in de groep? De reden blijft geheim. Maar haar vragen en antwoorden geven aan dat ze meer dan een gemiddelde kennis heeft van Gods beloften – specifiek in Johannes 4:25 waar ze zegt: “Ik weet dat de Messias komt; wanneer Hij komt, zal Hij ons alles verkondigen.” Hoe dan ook, door haar omstandigheden is ze bij de waterput als Jezus langskomt. Het stelt haar in staat om Jezus te ontmoeten en hierdoor worden de inwoners van de Samaritaanse stad gered. God heeft deze ontmoeting op wonderbaarlijke wijze georchestreerd!

 4. Symboliek die wijst op een grootse toekomst

Soms creëren we onze eigen versie van gebeurtenissen op basis van hoe anderen ze vóór ons interpreteerden. Mattheüs 2:1 zegt: “Wijzen uit het oosten kwamen in Jeruzalem aan”. Let op dat de tekst niet vermeldt dat er drie wijzen waren. Het kunnen er tien geweest zijn; het kunnen er ook twee geweest zijn. Wat we wel weten is dat ze drie soorten geschenken gaven: “goud en wierook en mirre” (Mattheüs 2:11). 

Voor het geval je het je afvroeg: dit zijn geen typische cadeaus voor een baby. Elk geschenk heeft een symbolische betekenis. Het goud staat voor koningschap op aarde, terwijl wierook symbool staat voor goddelijkheid of een priesterlijke rol. Mirre werd gebruikt om de doden te balsemen – het symboliseert de dood. Het geschonken goud zou al snel een heel praktisch cadeau blijken te zijn: nadat de wijzen waren vertrokken, kreeg Jozef de opdracht om met Maria en het Kind naar Egypte te vluchten. De heilige familie zal dit geschenk bijzonder nuttig hebben gevonden voor reiskosten en voedsel. De wierook en mirre waren geschenken voor verder in de toekomst als symbool voor Jezus als de Zoon van God (Johannes 1:14, Lukas 1:35) en Zijn rol als onze Hogepriester (Hebreeën 2:17; 4:14; 5:6; 7:26-27).

5. Context brengt het gelezene tot leven 

In Lukas 15:11-32 vertelt Jezus de gelijkenis van de verloren zoon. De jongste zoon verlaat zijn vader en broer, nadat hij zijn deel van de erfenis van zijn vader in ontvangst heeft genomen. Hij geeft het geld uit in het buitenland, realiseert zich dat hij een fout heeft gemaakt en keert terug naar een warm welkom. Toen de Farizeeën en hun gezelschap deze gelijkenis hoorden, zal het beeld in hun gedachten hun culturele begrip hebben weerspiegeld. “Vader, geef mij het erfdeel dat mij toekomt.” Voor hen zou dit hebben betekend dat de zoon de vader dood verklaarde en zijn erfenis opeiste. Een grote belediging, vooral omdat hij de jongste zoon was die, volgens het Hebreeuwse erfrecht, slechts de helft zou hebben gekregen van wat de oudste zoon erfde. Dit betekende dat de vader gedwongen was om de waarde van zijn nalatenschap te schatten en het geld te vinden om de zoon uit te betalen. In vers 15 wordt de zoon een veld ingestuurd om varkens te voeren. Varkens zijn voor Joden onreine dieren: de zoon, die trots het geld van zijn vader in ontvangst nam om het er goed van te nemen, wordt volkomen vernederd.
Dan, in vers 20, rent de vader naar de zoon toe om hem te verwelkomen. Wij zien een sympathieke vader; maar de Joden uit de eerste eeuw zagen extreem beschamend gedrag. Want tijdens het rennen zou de vader zijn benen hebben ontbloot, en dat was volstrekt ongehoord. Bovendien had de zoon zijn erfenis in een vreemd land verloren. In de Joodse cultuur zou deze wandaad hebben geleid tot een speciale ceremonie, de ‘kezaza’, om hem af te snijden van de gemeenschap. Maar door de schande van zijn zoon op zich te nemen, voorkomt de vader deze ‘afwijzing van de gemeenschap’.

Natuurlijk gaat de gelijkenis van de verloren zoon voor christenen niet in de eerste plaats over schaamte en vernedering. Waar we ons in kunnen verheugen, is dat de verloren zoon zich bekeert en onvoorwaardelijk wordt verwelkomd door zijn liefhebbende vader. Wat een prachtig vooruitzicht!

Met dank aan GospelImages voor de prachtige afbeelding.

📁