Een eerlijke verdeling van het land

“De HEERE sprak tot Mozes: Dit zijn de namen van de mannen die het land als erfbezit onder u moeten verdelen: de priester Eleazar en Jozua, de zoon van Nun. En uit elke stam moet u een leider nemen om het land als erfbezit te verdelen.” (Numeri 34:16-18)

Het volk Israël stond klaar om het aan hen beloofde land te veroveren. Nog voordat ze er daadwerkelijk binnen trokken, gaf God aanwijzingen over de verdeling van het land. Iedere stam binnen Israël zou een eigen woongebied krijgen, en dat werd weer verdeeld onder de verschillende families. Daarbij werd het gebied afgestemd op het aantal mensen dat een stam of familie telde (zie Numeri 33:53-54). De locatie van ieders gebied werd bepaald door “het lot”. Hoe dat precies ging, wordt niet uitgelegd. Wel weten we dat de uitkomst van dit lot werd aanvaard als een beslissing van de Heere God Zelf (zie Spreuken 16:33). De verdeling van het land moest plaatsvinden onder toeziend oog van Jozua, de priester Eleazar en de leiders van iedere stam. Zo kon een eerlijke procedure worden gegarandeerd.

Het leiderschap van Jozua kende dus geen zelfverrijking of achterkamertjespolitiek. Integendeel, de Heere God legde met een eerlijke verdeling van de grond een belangrijke basis voor sociale gelijkheid, en Jozua hield toezicht op de uitvoering van dit proces.
Wat vind jij, is het terecht als regeringsleiders bepaalde voordelen genieten? Mogen zij profiteren van hun positie, of moet er volstrekte sociale gelijkheid zijn?

Deel artikel