Een dramatische wending

“Gevallen is de kroon van ons hoofd!

Wee toch ons, dat wij zo gezondigd hebben!” (Klaagliederen 5:16)

Het boek Klaagliederen is geschreven door de profeet Jeremia, als een jammerklacht over de situatie van zijn volk.

Jeremia maakte mee hoe zijn volk onder de voet werd gelopen door vijanden. Hun steden werden verwoest, veel bewoners werden gedeporteerd en de rest van het volk werd onderdrukt door vijandige troepen. Dat was allemaal geen ongelukkig toeval, maar een oordeel van God. Generaties lang hadden de Israëlieten andere goden gediend, de armen uitgebuit en Gods wetten genegeerd. Na talloze waarschuwingen kwam uiteindelijk de straf. Op poëtische toon klaagt Jeremia: “Gevallen is de kroon van ons hoofd!” (Klaagliederen 5:16)

Deze uitspraak had betrekking op het volk Israël in de tijd van hun ballingschap. Maar ze geldt ook breder. De hele mensheid is door de Heere “met eer en glorie gekroond” (Psalm 8:6), maar we hebben gezondigd. Dagelijks ondervinden we daar de gevolgen van. Onze kroon ligt gedeukt en beschadigd in het stof. 

Jeremia beschrijft zijn verdriet over de situatie waar zijn volk in zit. Hij erkent ook hun eigen schuld hierin. Maar daar blijft hij niet in hangen. Hij vraagt God om vergeving en herstel. Hoe ernstig de situatie ook is; met God is het niet hopeloos.

Hierin is Jeremia een voorbeeld voor ons. Volg jij dezelfde stappen van verdriet, schuldbelijdenis en gebed om vernieuwing? Wat verwacht je daarin van God?

📁 ,
Een dramatische wending

“Gevallen is de kroon van ons hoofd!

Wee toch ons, dat wij zo gezondigd hebben!” (Klaagliederen 5:16)

Het boek Klaagliederen is geschreven door de profeet Jeremia, als een jammerklacht over de situatie van zijn volk.

Jeremia maakte mee hoe zijn volk onder de voet werd gelopen door vijanden. Hun steden werden verwoest, veel bewoners werden gedeporteerd en de rest van het volk werd onderdrukt door vijandige troepen. Dat was allemaal geen ongelukkig toeval, maar een oordeel van God. Generaties lang hadden de Israëlieten andere goden gediend, de armen uitgebuit en Gods wetten genegeerd. Na talloze waarschuwingen kwam uiteindelijk de straf. Op poëtische toon klaagt Jeremia: “Gevallen is de kroon van ons hoofd!” (Klaagliederen 5:16)

Deze uitspraak had betrekking op het volk Israël in de tijd van hun ballingschap. Maar ze geldt ook breder. De hele mensheid is door de Heere “met eer en glorie gekroond” (Psalm 8:6), maar we hebben gezondigd. Dagelijks ondervinden we daar de gevolgen van. Onze kroon ligt gedeukt en beschadigd in het stof. 

Jeremia beschrijft zijn verdriet over de situatie waar zijn volk in zit. Hij erkent ook hun eigen schuld hierin. Maar daar blijft hij niet in hangen. Hij vraagt God om vergeving en herstel. Hoe ernstig de situatie ook is; met God is het niet hopeloos.

Hierin is Jeremia een voorbeeld voor ons. Volg jij dezelfde stappen van verdriet, schuldbelijdenis en gebed om vernieuwing? Wat verwacht je daarin van God?

📁 ,