“En daar zal geen nacht zijn, en zij hebben geen lamp en ook geen zonlicht nodig, want de Heere God verlicht hen.” (Openbaring 22:5)
Toen Jezus op aarde was, maakte Hij Zichzelf bekend als “het Licht van de wereld.” Johannes beschreef Hem als “het waarachtige licht, dat in de wereld komt en ieder mens verlicht.” (Johannes 1:9) Ook in het boek van de Psalmen wordt God met het licht in verband gebracht: “Want bij U is de bron van het leven; in Uw licht zien wij het licht.” (Psalm 36:10) Wat hebben we Hem hard nodig; zonder Hem is er enkel duisternis en dood!
In onze huidige tijd wordt het licht van God nog vaak overschaduwd door “de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk” en “de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten.” (Efeze 6:12) Maar in Gods nieuwe wereld is voor hen geen plaats meer. Daarom zal daar geen nacht meer zijn. Daar schijnt altijd helder licht, uitstralend van God Zelf.
Niet alleen de wereld om ons heen, maar ook ons eigen hart kan soms heel donker zijn. Allerlei factoren kunnen ons het zicht op God ontnemen. Ook dat zal in de nieuwe wereld niet meer gebeuren. Daar is Hij zo prominent aanwezig dat Zijn licht alles doordringt.
Ervaar jij donkerheid in je hart of in je levensomstandigheden? Hoe zou je dat bij God, de bron van het licht, kunnen brengen?

