De zinloosheid van rijkdom

“Ook had ik grote kudden runderen en kleinvee, meer dan allen die vóór mij in Jeruzalem geweest zijn. Ik vergaarde mij ook zilver en goud, kostbaarheden van koningen en gewesten” (Prediker 2:7-8).

Velen van ons denken dat als we maar genoeg rijkdom hadden om niet te hoeven werken, we gelukkig zouden zijn. Sommige werkverslaafden zoeken misschien betekenis in hun werk, maar veel mensen hopen stiekem zo rijk te worden dat ze nooit meer hoeven te werken.

Velen van ons gaan ervan uit dat we geluk/betekenis en een doel in ons leven kunnen kopen. Maar zelfs als we de pracht en praal van Salomo hadden, zouden we als de vledbloemen verwelken. Zelfs als we het ons konden veroorloven om naar de beste optredens te gaan en naar de beste muzikanten ter wereld te luisteren, zou dat nooit genoeg zijn.

En zelfs als romantische liefde gekocht kon worden, zou het nooit meer dan vluchtige momenten bevrediging schenken.

Toen een fabelachtig rijk man werd gevraagd hoeveel geld genoeg is, was zijn beroemd geworden antwoord: ‘nog een klein beetje meer’. Het onderwijs van Jezus over geld en rijkdom kan samengevat worden in de uitspraak dat Mammon (spullen) een geweldige dienaar is (als we het gebruiken om het Koninkrijk van God te bevorderen), maar een vreselijke meester (als we er slaafs voldoening in zoeken).

Zoals Salomo elders zei: het is beter om een snee brood te eten met rust en stilte dan om feest te vieren waar conflicten zijn. Vaak zit het conflict in de zucht naar rijkdom die woedt in ons hart. Maar zoals Paulus ons voorhoudt is godsvrucht met tevredenheid grote winst.

‘Vader God, mogen wij naar U opzien voor ons dagelijks brood en van U het Brood des levens ontvangen, Uw Zoon in Wie onze geestelijke honger gestild wordt. In Zijn naam bidden wij, amen.’

Deel artikel