“Toen zei de HEERE God tegen de slang: […] Ik zal vijandschap teweegbrengen tussen u en de vrouw, en tussen uw nageslacht en haar Nageslacht; Dat zal u de kop vermorzelen, en u zult Het de hiel vermorzelen.” (Genesis 3:14-15)
De Heere God schiep een prachtige wereld. Naast talloze verschillende soorten dieren werd deze wereld bewoond door twee mensen, geschapen naar het beeld van God Zelf. Dit alles was “zeer goed”.
Toen drong Gods tegenstander, de satan — vermomd als een slang — de wereld binnen. Hij verleidde de mensen om tegen hun Schepper in opstand te komen. Ze leefden niet langer in het licht van God, maar lieten zich in het vijandelijke kamp van de duisternis trekken.
De Heere God liet Zich Zijn goede wereld echter niet zomaar afpakken en ging meteen de confrontatie aan. De aarde werd een strijdtoneel. Een nakomeling van Eva zou de slang overwinnen in een zwaar gevecht dat het uiterste van hem zou vragen. Verdere details lezen we in Genesis 3 nog niet. Maar gaandeweg de Bijbel wordt steeds meer duidelijk over dit “Nageslacht”. Om de slang te kunnen overwinnen, had hij bovenmenselijke kracht nodig. Bovendien mocht hij zelf niet onder satans macht zijn — zoals ieder mens helaas wel is door zijn zondige natuur. De enige die deze strijd kon aangaan, was God Zelf. Hij kwam naar de aarde om de satan uit te schakelen. Hij werd een mens om de mensheid te bevrijden uit de greep van zonde en kwaad.
Dit verhaal klinkt bijna als een sprookje. Toch is dit de realiteit van onze wereld! Hoe voelt dat voor jou?

