‘En Hij zei tegen hen: zo staat er geschreven en zo moest de Christus lijden en uit de doden opstaan op de derde dag.’ (Lukas 24:46)
De eerste berichten over de levende Jezus, van de vrouwen, werden niet geloofd (Markus 16:11). Maar tenslotte begonnen ook de 11 leerlingen het nieuws te geloven (Lukas 24:33-34). Je kunt je voorstellen dat er druk gepraat werd over alles wat er gebeurde. Misschien kun je je ook voorstellen dat het ineens heel stil werd. Want plotseling stond Jezus bij hen en zei: ‘Vrede voor jullie’. Shalom. Dat was ook een gewone, dagelijkse groet. Maar nu, op dit moment door Jezus uitgesproken, kreeg deze groet nog meer betekenis. Het duurde even voor de leerlingen werkelijk die vrede ervaarden. Jezus moest hun Zijn littekens laten zien en iets eten en drinken voor het werkelijk tot hen doordrong: Het was echt Jezus! Hij stond bij hen zoals Hij altijd was geweest.
Tegelijk was er iets veranderd. Jezus’ lichaam was niet op een menselijke manier hersteld, zoals eerder dat van Lazarus (Johannes 11:43-44). Jezus was na Zijn opstanding weer deel van de hemel geworden. Hij had de dood overwonnen en zou nooit meer sterven. Evenals bij de leerlingen uit Emmaüs moest Jezus zijn 11 trouwe volgelingen erop wijzen: Alles is gegaan zoals Ik het jullie gezegd heb! Oók Mijn opstanding!
Heb jij wel eens getwijfeld aan beloften van Jezus en op welke manier?

