“De discipelen kwamen naar Hem [=Jezus] toe en zeiden tegen Hem: Waarom spreekt U tot hen door gelijkenissen?” (Mattheüs 13:10)
Op een dag verliet Jezus het huis en ging bij de zee zitten. Een talrijke menigte verzamelde zich om Hem heen, zodat Hij in een boot ging zitten. Van daaruit sprak Hij de mensen toe die op de oever stonden. Hij vertelde hen de gelijkenis van ‘de Zaaier’ (Mattheüs 13:1-9).
Toen Jezus het verhaal verteld had, vroegen de discipelen aan Hem: “Meester, waarom vertelt U een beeldverhaal, in plaats van direct te zeggen wat U bedoelt?”
Hij antwoordde: “Omdat het de bedoeling is dat júllie de geheimen van het Koninkrijk van God zullen begrijpen, maar zíj niet.”
Dit antwoord van Jezus maakt duidelijk dat er scheiding is tussen hen die in Hem geloven en hen die niet in Hem geloven. De volgelingen van Jezus krijgen door de gelijkenissen nog meer kennis van het Koninkrijk der Hemelen. Maar bij hen die niet geloven, zullen de gelijkenissen van Jezus geen blijvende indruk achterlaten.
Bij welke groep mensen hoor jij?

