“Kunt u het paard kracht geven? Kunt u zijn nek met manen bekleden?” (Job 39:22)
“Is het vanwege uw inzicht dat de valk vliegt, en zijn vleugels uitspreidt naar het zuiden?” (Job 39:29)
Het boek Job vertelt het aangrijpende verhaal van een man die in korte tijd alles verliest: zijn kinderen, zijn bezit en zijn gezondheid. Verslagen zit hij op de puinhopen van zijn leven met een indringende vraag: Hoe kan een goede en rechtvaardige God zoveel ellende toelaten? Waar heeft Job dit aan verdiend?
Hoofdstukken lang wordt over die vraag nagedacht, gedebatteerd en gebeden. Maar een bevredigend antwoord blijft uit. Job zit helemaal vast omdat hij zijn ervarigen niet kan rijmen met zijn godsbeeld. Hij verlangt naar uitleg en wil God ter verantwoording roepen.
Maar als God uiteindelijk antwoordt vanuit een storm, is het antwoord heel anders dan Job had gedacht. De Heere legt niet uit wat er is gebeurd en waarom. In plaats daarvan richt Hij Jobs aandacht op de schepping en het dierenrijk. Door een reeks vragen laat God zien hoe groot, wijs en machtig Hij is. Niet een theoretisch antwoord, maar een hernieuwd vertrouwen in de Schepper is wat Job nodig heeft. Dat brengt hem tot de belijdenis: “Zie, ik ben te gering; wat zou ik U antwoorden? Ik leg mijn hand op mijn mond.” (Job 39:37)
Wat leer jij over God wanneer je naar de dieren kijkt? En hoe helpt dat jou om te leven met vragen waarop geen antwoord komt?

