David vertrouwde op God

“Maar David zei tegen de Filistijn: U komt naar mij toe met een zwaard, met een speer en met een werpspies, maar ik kom naar u toe in de Naam van de HEERE van de legermachten, de God van de gelederen van Israël, Die u gehoond hebt. Op deze dag zal de HEERE u in mijn hand overleveren.” (1 Samuel 17:45-46)

Er was weer eens oorlog tussen de Israëlieten en de Filistijnen. Beide legers stonden tegenover elkaar, maar tot een gevecht kwam het niet. De Filistijnen schoven hun sterkste man naar voren voor een tweegevecht. Zijn naam was Goliath en hij was enorm groot en sterk. Geen van de Israëlieten durfde het tegen hem op te nemen. Veertig dagen lang zaten ze angstig op hun heuvel te wachten.
Toen David in het leger kwam en met eigen ogen zag wat er gebeurde, vroeg hij zich verontwaardigd af: “Wie is deze onbesneden Filistijn wel, dat hij de gelederen van de levende God durft te honen?” David was vast van plan om Goliath te verslaan en zo een eind te maken aan zijn spot. Hij kreeg toestemming van koning Saul, al was het niet van harte. Niemand kon zich voorstellen dat David deze strijd kon winnen, “want hij was nog maar een jongen”.

David vertrouwde echter niet op zijn eigen kracht of wapens, maar ging het gevecht aan “in de Naam van de HEERE van de legermachten”. Die God zou hem verlossen. En Davids vertrouwen werd niet teleurgesteld. Een steentje uit Davids slinger kwam precies tegen Goliaths voorhoofd en de reus stortte dodelijk gewond op de grond.
Wat vind je van Davids houding en daden? Wat laat dit verhaal zien over zijn karakter?

Deel artikel