Bijbelwoord.nl

Heilige Geest

De Heilige Geest is een Persoon binnen de drie-enige God, naast God de Vader en God de Zoon. Hij is niet slechts een onpersoonlijke kracht, maar een volkomen goddelijk Persoon.

Lees meer

Kun je worden vernieuwd in de Heilige Geest?

De gave van de Heilige Geest wordt aan alle christenen gegeven. Op het moment van bekering worden alle christenen “verzegeld met de Heilige Geest van de belofte, Die het onderpand is van onze erfenis, tot de verlossing...

De Heilige Geest is God

Eén van de teksten die laat zien dat de Heilige Geest net zozeer “God” is als de Vader en de Zoon, is Mattheüs 28:19: "Ga dan heen, onderwijs al de volken, hen dopend in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, hun lerend alles wat Ik u geboden heb, in acht te nemen". Andere teksten laten zien dat de Heilige Geest inderdaad goddelijke eigenschappen heeft:

  • Hij is eeuwig (Hebreeën 9:14)
  • Hij is alomtegenwoordig (Psalm 139:7-10)
  • Hij is alwetend (1 Korinthe 2:10-11)
  • Hij is almachtig (Lukas 1:35-37)
  • Hij is heilig (Romeinen 1:4)

Het werk van de Heilige Geest

De Vader, de Zoon en de Heilige Geest zijn samen één God, maar ze hebben verschillende rollen. Ze vervullen deze rollen in volmaakte samenwerking met elkaar. In elke werkzaamheid zijn alle drie Personen van de Godheid aanwezig.

De speciale taak van de Heilige Geest is: toepassen wat de Vader besluit en de Zoon uitvoert. De Heilige Geest is duidelijk aan het werk in de schepping, in de menswording van de Zoon, in Christus’ opstanding, in de wedergeboorte van mensen, in de inspiratie en verlichting van de Bijbel en in de heiliging van gelovigen.

De Heilige Geest en de wedergeboorte

Het belangrijkste levensdoel van mensen is om God te kennen en lief te hebben, en Hem te eren met heel hun leven. Dit doel wordt voornamelijk uitgewerkt door de Heilige Geest.

Het beslissende moment om een Christen te worden, wordt in beeldtaal benoemd als “wedergeboorte” of “opnieuw geboren worden”. De Heilige Geest heeft daarin een centrale rol: "Jezus antwoordde: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Als iemand niet geboren wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk van God niet binnengaan. Wat uit het vlees geboren is, is vlees; en wat uit de Geest geboren is, is geest. Verwonder u niet dat Ik tegen u gezegd heb: U moet opnieuw geboren worden. De wind waait waarheen hij wil en u hoort zijn geluid, maar u weet niet waar hij vandaan komt en waar hij heen gaat; zo is het met iedereen die uit de Geest geboren is." (Johannes 3:5-8)

De Geest verandert gelovigen

De Heilige Geest is God, en toch woont Hij in gelovigen. Lees bijvoorbeeld Romeinen 8:9 - "Maar u bent niet in het vlees, maar in de Geest, wanneer althans de Geest van God in u woont. Maar als iemand de Geest van Christus niet heeft, die is niet van Hem."

De Geest woont in gelovigen en onderwijst hen in de waarheid van Gods Woord, zodat ze gefocust zijn op Jezus en geheiligd worden: "Geliefden, nu zijn wij kinderen van God, en het is nog niet geopenbaard wat wij zullen zijn. Maar wij weten dat, als Hij geopenbaard zal worden, wij Hem gelijk zullen zijn; want wij zullen Hem zien zoals Hij is. En ieder die deze hoop op Hem heeft, reinigt zich, zoals Hij rein is." (1 Johannes 3:2-3) Dit resulteert in de vrucht van de Geest, die Gods werk in iemands leven bewijst: "De vrucht van de Geest is echter: liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, zelfbeheersing." (Galaten 5:22)

De Heilige Geest en de kerk

Na Jezus’ opstanding en hemelvaart moesten de apostelen het Evangelie gaan verspreiden. Maar dat konden ze pas toen ze op het Pinksterfeest vervuld werden met de Heilige Geest. En nog steeds maakt de Heilige Geest Christenen tot getuigen van hun geloof, zodat het Evangelie overal verspreid wordt.

De Heilige Geest werkt ook binnen de gemeenten. Hij verzamelt en beschermt ze. Maar Hij zuivert de kerk ook, zodat ze uiteindelijk heilig en smetteloos en onberispelijk voor God zal staan (Kolossenzen 1:22). In dit alles is de Heilige Geest niet gericht op Zichzelf, maar op de heerlijkheid van Jezus (zie Johannes 16:13-14).