“Welke gemeenschap is er tussen licht en duisternis?” (2 Korintiërs 6:14)
Als christen wandel je in het licht. Dit licht van God kan niet samengaan met geestelijke duisternis.
In de dagen van Paulus was de samenleving gevuld met aanbidding van afgoden. En hoewel Paulus wist dat deze afgoden geen echte goden waren, nam hij de onderliggende spirituele realiteit zeer serieus, “omdat wat de heidenen offeren, zij dat aan demonen offeren en niet aan God”, zegt hij. Daarom kunnen christenen niet deelnemen aan festivals en feestdagen gewijd aan afgoden: “Ik wil niet dat u met de demonen gemeenschap hebt.” (1 Korintiërs 10:19-20).
Dezelfde spirituele realiteit is aanwezig in praktijken zoals astrologie, handlezen of in kristallen bollen kijken om de toekomst te voorspellen, of genezingsmethoden die gebaseerd zijn op occulte krachten. Op het eerste gezicht lijken deze misschien ongevaarlijk. Maar ze brengen je in contact met duistere spirituele krachten, wat zal leiden tot angst en bezorgdheid of zelfs spirituele gebondenheid. God wil niet dat je zo leeft; Hij wil dat je leven vol licht en vreugde is!
Misschien verlies je vrienden als je niet meedoet aan hun occulte spelletjes. Misschien lachen mensen je uit omdat je zo ‘angstig’ bent. Maar er is hier geen ‘grijs gebied’. God is eerlijk tegen ons als hij zegt dat wij als mensen niet in staat zijn om te wedijveren met duistere machten. Daarom wil Hij dat we uit de geestelijke duisternis blijven en in het licht leven, dat we veilig zijn als zonen en dochters van de Almachtige.

