Bij God pleiten voor je volk

Och, HEERE, God van de hemel, de grote en ontzagwekkende God […] Laat Uw oor toch opmerkzaam zijn, en Uw ogen open, om te luisteren naar het gebed van Uw dienaar, dat ik heden dag en nacht voor Uw aangezicht bid voor de Israëlieten, Uw dienaren. Ik belijd de zonden van de Israëlieten, die wij tegen U begaan hebben.” (Nehemia 1:5-6)

Toen koning Salomo de tempel in Jeruzalem inwijdde, beloofde de Heere hem dat Hij de nederige gebeden van het volk zou verhoren — zelfs als ze door eigen schuld in de problemen waren geraakt!
Het probleem is dat veel mensen, toen én nu, zich niet van hun slechte wegen afkeren. Ze vernederen zichzelf niet voor God.

De Bijbel geeft verschillende voorbeelden waar trouwe gelovigen om genade smeekten namens hun volk dat van de Heere God was weggelopen. Toen de Israëlieten een gouden kalf hadden vereerd in plaats van de Heere, wilde Hij hen vernietigen. Maar hun leider Mozes ging voor hen in de bres staan, en God luisterde naar hem (zie Psalm 106:23).

In Ezechiël 22:30 zegt God dat er niemand was om deze rol van ‘advocaat’ te vervullen, en daarom kwam het oordeel. Later beleden Daniël, Ezra en Nehemia de zonden die hun volk had begaan. Zij deden boete, hoewel ze zelf maar heel beperkt aan de zonden van het volk hadden meegedaan. Wat waren deze mannen een zegen voor hun volk!

Ben jij bereid om nederig “Gods aangezicht te zoeken” namens je land? Welke zonden moet je belijden? Voor welke problemen bid je het meest?

Deel artikel