“Bid, en u zal gegeven worden; zoek, en u zult vinden; klop, en er zal voor u opengedaan worden.” (Mattheüs 7:7)
Hoe leer je leven in het koninkrijk van God als Zijn kind? Hoe houd je dat vol en wat is je leefrichting dan? “Bid”, zegt Jezus in Mattheüs 7:7-12. Drie manieren noemt Jezus hiervoor: vragen (bidden), zoeken en kloppen. Er zijn ook drie antwoorden: ontvangen, vinden, en opengedaan worden. Het gaat hierbij om de dingen die we nodig hebben om als Gods kinderen te leven. Het sluit aan bij wat Jezus eerder zei: “Zoek eerst het koninkrijk van God.” (Mattheüs 6:32) Elke dag weer mag je vragend, zoekend en kloppend God vragen je te geven wat je nodig hebt voor je leven met Hem. Om vanuit de relatie met Hem met anderen te kunnen delen wat je van Hem ontvangt. Dit stukje onderwijs volgt op Jezus’ les om niet over elkaar te oordelen (Mattheüs 7:1). Daar komt Hij in Mattheüs 7:12 nog even op terug. God geeft ons liefdevol Zijn goede gaven. Daardoor kunnen wij met liefde omgaan met anderen en delen van wat Hij ons geeft. Ook aan stekelige mensen. Hoe zijn we daartoe in staat? “Bid,” zegt Jezus.
Gebed: Heer Jezus, dank U dat ik U elke dag mag vragen wat ik nodig heb om als Uw kind te leven. Dat U nooit moe wordt om naar mij te luisteren. Dat U op mijn kloppen Uw hart voor mij opent en mij laat vinden wat ik nodig heb.

