(Dit artikel is geïnspireerd op het boek “Decision Making and the Will of God” van Garry Friesen. Ik kan dit boek zeer aanraden! Zie deze link voor een eerste indruk.)
Ik denk dat iedereen wel eens ervaren heeft dat je op een bepaald moment in je leven beslissingen moest nemen die onmogelijk leken. Misschien moest je besluiten welke school je ging kiezen, of je zou verhuizen naar een andere stad of zelfs met wie je een relatie aanging of ging trouwen. Misschien ben jij iemand die niet eens kan besluiten wat je wilt eten voor het ontbijt. Beslissingen nemen is moeilijk. En als je Gods wil voor die beslissingen wilt vinden, kan het zelfs nog ingewikkelder worden.
Ik kan het weten. Ik spendeerde ooit twee jaar aan het zoeken van Gods wil voor een vroegere relatie. Ik had vele slapeloze nachten waarin ik nadacht over wat de beste beslissing zou zijn en vroeg God om me te tonen hoe mijn beslissing zou uitwerken. Misschien zou God het me kunnen vertellen door een teken, door vrienden of door een preek. Ik wilde zo’n belangrijke beslissing niet op eigen houtje nemen. Ik had God nodig om het me te zeggen. Maar Hij deed dat nooit, niet duidelijk tenminste, en uiteindelijk besloot ik iets zonder een duidelijk teken van God.
Dit roept vragen op. Was ik blind voor Gods leiding? Had ik toch op één of andere manier Gods wil kunnen ontdekken in mijn omstandigheden of in het advies van mijn vrienden? Had ik moeten wachten op God tot Hij Zijn wil duidelijker aan mij zou openbaren? En heb ik nu misschien de verkeerde beslissing genomen? Misschien weet ik gewoon niet hoe ik Gods wil kan onderscheiden. Misschien heb ik dat nooit geleerd van mijn kerk of mijn ouders. Hoe maakt God eigenlijk Zijn wil aan ons bekend? Heeft Hij een volmaakte wil voor het leven van ons allemaal afzonderlijk? En als dat zo is, hoe kunnen we dan onze dagelijkse beslismomenten afstemmen op die volmaakte wil? Is het mogelijk om uít Gods wil te vallen, zelfs als we denken dat we rechtvaardige of goede keuzes maken?
Gods wil in de Bijbel
Hoe onduidelijk Gods wil ook kan lijken in ons dagelijks leven, toch wordt Gods wil duidelijk omschreven in de Bijbel. Maar de Bijbel kan ook verwarring veroorzaken, doordat er twee heel verschillende betekenissen zijn voor de term “wil van God” in de Bijbel: de soevereine wil van God en de morele wil van God. Daarom is het goed om onderscheid te maken tussen deze twee.
Gods soevereine wil
- “In het hart van de mens zijn veel plannen, maar de raad van de HEERE, die houdt stand.” (Spreuken 19:21)
- “Want, in waarheid, tegen Uw heilig Kind Jezus, Die U gezalfd hebt, zijn Herodes en Pontius Pilatus samen met de heidenen en de volken van Israël bijeengekomen, om alles te doen wat Uw hand en uw raadsbesluit van tevoren bepaald had dat er gebeuren zou.” (Handelingen 4:27-28)
- “U, die niet weet wat er morgen gebeuren zal, want hoe is uw leven? Het is immers een damp, die voor een korte tijd verschijnt en daarna verdwijnt. In plaats daarvan zou u moeten zeggen: Als de Heere wil en wij leven, dan zullen wij dit of dat doen.” (Jacobus 4:14-15)
Wat is de overeenkomst tussen deze verzen? Ze spreken allemaal over de wil van God die verborgen is, maar per definitie doorgaat. Gods soevereine wil is Gods verborgen plan dat alles bepaalt wat gebeurt in het universum (zie Daniël 4:35; Spreuken 16:33; 19:21; 21:1; Openbaring 4:11; Efeze 1:11; Romeinen 9:19; 11:33-36; Handelingen 2:23; 4:27-28; Jacobus 4:14-15). Lees een goed geschiedenisboek en je leest over Gods soevereine wil voor het verleden.
In het algemeen is Gods soevereine wil verborgen. Wij kennen niet Zijn plannen voor morgen of de dag daarna. Maar er zijn twee uitzonderingen bij het verborgen-zijn van Gods soevereine wil. Eén daarvan is profetie (Amos 3:7). Bijvoorbeeld: God vertelde ons dat Jezus zal terugkeren (Mattheüs 24:30) en dat er tot aan die tijd oorlogen zullen zijn (Mattheüs 24:6-7). De andere uitzondering is Gods reddingsplan. We weten dat we door geloof in Jezus vergeving ontvangen en de eeuwigheid zullen doorbrengen in Gods hemels koninkrijk en Zijn aanwezigheid.
Je kunt Zijn soevereine wil door de hele Bijbel heen aan het werk zien. Ondanks de slechte keuzes van mensen, is God nooit opgehouden met het aanbieden van redding door de dood en opstanding van Jezus. Menselijke slechte keuzes kunnen Gods volmaakte plan nooit saboteren. Het volk Israël was uitverkoren om een heilig volk te zijn en voor de andere volken het beeld te tonen van wie God is. Maar Israël maakte vele slechte keuzes. Lees maar in het Oude Testament. God bleef trouw aan een ontrouw volk en liet hun vreselijke keuzes niet in de weg staan van Zijn soevereine wil.
Een ander voorbeeld is het leven van Jozef. Jozef was als slaaf verkocht door zijn eigen broers, werd aangevallen door de vrouw van zijn meester en in de gevangenis gegooid. Maar toen zijn broers vol angst bij hem kwamen, zei Jozef: “Jullie, weliswaar, jullie hebben kwaad tegen mij bedacht, maar God heeft dat ten goede gedacht, om te doen zoals het op deze dag is: een groot volk in leven te houden.” (Genesis 50:20). Jozefs broers, Potifars vrouw en de wijnschenker maakten allemaal slechte keuzes, maar God gebruikte dat voor het goede.
Maar omdat Gods soevereine wil meestal verborgen is, zal die gewoonlijk niet onze beslissingen beïnvloeden. Toch toont het ons dat wijzelf uiteindelijk niet de leiding hebben. Onze keuzes hebben wel invloed en wij zijn verantwoordelijk voor de keuzes die we maken, maar God is de enige die de controle behoudt, door onze goede en slechte keuzes heen. Wij zijn niet in menselijke handen, we zijn in de handen van een goede en liefdevolle God, die alle dingen doet meewerken ten goede voor hen die God liefhebben (Romeinen 8:28).
Gods morele wil
- “U steunt op de wet en roemt in God, en kent Zijn wil en onderscheidt wat wezenlijk is, omdat u uit de wet bent onderwezen.” (Romeinen 2:17-18)
- “Want dit is de wil van God: uw heiliging, dat u uzelf onthoudt van de ontucht, en dat ieder van u zijn lichaam weet te bezitten in heiliging en eerbaarheid, en niet in hartstochtelijke begeerte, zoals de heidenen, die God niet kennen. Laat niemand over zijn broeder heen lopen en hem bedriegen door zijn handelwijze, want de Heere is een Wreker van dit alles, zoals wij u ook van tevoren gezegd en bezworen hebben.” (1 Thessalonicenzen 4:3-6)
- “Maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid.” (1 Johannes 2:17)
- “Een onschuldige en een rechtvaardige mag u niet doden” (Exodus 23:7)
- “De verborgen dingen zijn voor de HEERE, onze God, maar de geopenbaarde dingen zijn voor ons en onze kinderen, tot in eeuwigheid, om al de woorden van deze wet te doen.” (Deuteronomium 29:29)
Deze teksten tonen Gods morele wil. Dat zijn Gods geopenbaarde opdrachten in de Bijbel, om mensen te leren hoe ze moeten leven en geloven (Romeinen 2:18; 1 Thessalonicenzen 4:3; 5:18; 2 Korinthe 6:14; plus alle andere rechtstreekse bevelen in de Schrift). Waar God heeft gesproken in de Bijbel, moet de gelovige gehoorzamen.
In contrast met Gods soevereine wil, is de morele wil van God ten volle geopenbaard in de Bijbel. Gods wil is geen geheim, maar wij mensen schieten vaak tekort in gehoorzaamheid. Nog erger, we kunnen ervoor kiezen om God ongehoorzaam te zijn. Gods soevereine wil wordt altijd volbracht, of we het nu geloven of niet. Gods morele wil kunnen we wel mislopen, dus dit speelt een grotere rol in onze besluitvorming. We kunnen ervoor kiezen om eerlijk te zijn óf juist oneerlijk. We kunnen naar andere mensen kijken met liefde óf met lust. We kunnen nederig of trots zijn, ijverig of lui, tevreden of hebberig enzovoort.
Het naleven van Gods morele wil is zo belangrijk, dat gelovigen onderscheiden worden van ongelovigen op basis van hun houding tegenover Gods wetten. Jezus zei dat degenen die Gods morele wil doen, het koninkrijk van de hemel zullen binnengaan, terwijl zij die dat niet doen worden buitengesloten (Mattheüs 7:21; 21:31). In andere woorden zei Jezus ook, dat wie gehoorzamen aan Gods wil, deel uitmaken van Zijn geestelijke familie (Mattheüs 12:50). Nu weten we natuurlijk, dat het volgen van Gods morele wil, Zijn geboden in de Bijbel, ons niet rechtvaardig kan maken. Dat is alleen mogelijk door Zijn Heilige Geest. Maar de morele wil van God is de uitdrukking van het karakter van God. En wij zijn geroepen om Zijn beelddragers te zijn.
- “Want wat voor de wet onmogelijk was, krachteloos als zij was door het vlees, dat heeft God gedaan: Hij heeft Zijn eigen Zoon gezonden in een gedaante gelijk aan het zondige vlees en dat omwille van de zonde, en de zonde veroordeeld in het vlees, opdat de rechtvaardige eis van de wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest.” (Romeinen 8:3-4)
- “Want u bent tot vrijheid geroepen, broeders, alleen niet tot die vrijheid die aanleiding geeft aan het vlees; maar dien elkaar door de liefde. Want de hele wet wordt in één woord vervuld, namelijk hierin: U zult uw naaste liefhebben als uzelf. Maar als u elkaar bijt en verslindt, pas dan op dat u niet door elkaar verteerd wordt.” (Galaten 5:13-15)
God heeft er alles aan gedaan om Zijn morele wil bekend te maken aan Zijn volk. Hij gaf de Israëlieten de wet, Zijn verbond, en toen zij dat verbraken, zond Hij Zijn profeten. Uiteindelijk zond Hij zelfs Zijn enige Zoon. Ineens lijkt het een beetje gek om te zeggen dat we Gods wil voor ons leven niet goed kunnen weten.
Gods individuele wil?
Maar nu wordt het spannend. We hebben ontdekt dat de Bijbel spreekt over een soevereine en over een morele wil van God. De ene is verborgen en zal altijd uitgevoerd worden. De andere is niet verborgen, maar juist ten volle geopenbaard in de Bijbel en wij mensen schieten vaak tekort in gehoorzaamheid eraan. Nog erger, we kunnen er zelfs bewust voor kíezen om ongehoorzaam te zijn.
Maar heeft God ook een individuele wil voor ons leven die wij moeten ontdekken? Oftewel, heeft God een ideale gedetailleerde wil die voor ieder persoon uniek is? Heeft God een ideale gedetailleerde wil over welk beroep je zou moeten hebben, welke opleiding je moet volgen, met wie je zou moeten trouwen en waar je zou moeten wonen? Als Gods morele wil geïllustreerd zou kunnen worden door een ruimte omsloten door een cirkel waarbij die ruimte dan alle geboden en principes omvat die moreel bindend zijn voor een gelovige, zou in die ruimte dan Gods individuele wil weergegeven kunnen worden als een stipje in die cirkel?1

Als zo’n wil bestaat, wordt het nemen van besluiten veel gecompliceerder. De meeste christenen worstelen hiermee, als ze een beslissing willen nemen die overeenstemt met de wil van God. Daar heb ik ook lange tijd mee geworsteld in mijn leven. Want als ik Gods ideale en perfecte wil voor mijn leven misloop, zal het slechte besluit mijn leven minder ideaal en goed maken. Dan volg ik Gods plan B. Wat als God in al Zijn oneindige wijsheid heeft besloten dat Zijn wil voor mijn leven is dat ik een online marketeer in Taiwan word, maar ik Zijn leiding misloop en in plaats daarvan als verpleegster naar Papua New Guinea ga? Dan zou ik geen zondig besluit hebben genomen, helemaal niet, maar ik zou het volmaakte besluit hebben gemist, de beslissing die tot de grootste glorie van God had geleid. Ik zou het stipje hebben gemist.
De mogelijkheid van het missen van het stipje, kan veel angst en onzekerheid veroorzaken als je vastbesloten bent om een leven te leiden dat God verheerlijkt. Het mislopen van het stipje kan grote consequenties hebben. Als je het verkeerde beroep kiest of de verkeerde geliefde, is dat levensveranderend. Dit keuzeproces kan je ook onzeker maken over je eigen geestelijke volwassenheid.
De individuele wil van God wordt vaak gepresenteerd als een gegeven. Sommige pastors en geestelijke leiders zeggen dat God Zijn volmaakte wil openbaart aan iedere gelovige. Dat je daar alleen een zeer oplettende houding voor nodig hebt. Dat Hij zich bekommert op alle details van jouw leven… en dat Hij tegen jou wenst te spreken door een zachte innerlijke stem van de Geest. Of dat God zich zelfs wil openbaren door jouw omstandigheden. Je hoort verhalen van mensen die Gods individuele wil vinden en Gods zegen over hun leven daarin zien. Was het maar zo simpel. Maar vaak is het dat helemaal niet. Bij de meeste beslissingen blijft een onzekerheid, waarbij je niet helemaal zeker weet of het de wil van God is of niet.
Of je nu gelooft in die individuele wil van God of niet, het feit blijft dat velen van ons ervoor kiezen om deze wil van God maar te negeren omdat het zo ongemakkelijk voelt. Een volwassene maakt ongeveer 35.000 beslissingen per dag waarvan we ons amper bewust zijn (Sahakian and Labuzetta, 2013). Dit aantal mag absurd lijken, maar in feite maken we alleen over onze voeding al ruim 226 beslissingen per dag (Wansink and Sobal, 2007). Het kennen van Gods wil is belangrijk voor de grote levensbeslissingen, maar wordt opeens onbelangrijk in de gewone dagelijkse beslissingen.
Keuzes over welke kleding we dragen, hoe we naar ons werk gaan en wat we bij de lunch eten, maken we op basis van goed oordeel zonder uitgebreide overwegingen. Dit onderscheid tussen belangrijke en alledaagse beslissingen is gewoon praktisch, maar niet logisch als je gelooft in een ideaal, gedetailleerd plan dat God bekend wil maken aan elke gelovige. Als wij gehoorzaam Gods volmaakte wil zoeken voor elke beslissing, waarom besluiten we dit dan te negeren als de beslissing maar klein is en schijnbaar onbelangrijk? Dus de vraag is… Bestaat de individuele wil van God wel?
Bestaat de individuele wil van God?
Een Nederlands lied is de laatste maanden erg belangrijk voor mij geworden en heet “Wat de toekomst brengen moge”. Het lied gaat over vertrouwen op God, zelfs als je Zijn wegen niet begrijpt. Het zegt “Wil mij als een kind behand’len, dat alleen de weg niet vindt: neem mijn hand in Uwe handen en geleid mij als een kind.” Dit verbeeldt het verlangen van de schrijfster om blindelings op God te vertrouwen, zoals een klein kind vertrouwt op zijn ouder. Een prachtig plaatje. Maar zijn we dan in feite blind? Zijn we kinderen die bij iedere stap moeten luisteren naar hun Vaders stem?
God wil onze Vader zijn. Hoe geleidt een ouder zijn kind? Hoe wordt het kind geleerd om een goed en succesvol leven te leiden? Een vader geeft het kind regels en leert hem het belang van normen en waarden. Wanneer het kind opgroeit, begint hij de wil van zijn vader te begrijpen. Niet alleen doordat zijn vader het uitlegt, maar ook omdat hij tijd doorbrengt met zijn vader. Het kind leert om instinctief te weten wat zijn vader zal zeggen. En dan groeit het kind op en wordt zelfstandig en is in staat om zijn eigen beslissingen te maken. Hij rent niet terug naar zijn vader, zodra hij een keuze moet maken.
Op dezelfde manier wil God ons leiden. Hij wil ons Zijn wil leren, zoals een vader zijn kind opvoedt. Maar Hij wil ook dat we volwassener worden. Hij wil dat we bekend raken met Zijn onderwijs, zodat we in staat zullen zijn om onze eigen beslissingen te nemen. We ontvangen vrijheid en verantwoordelijkheid.2

Deze persoonlijke vrijheid en verantwoordelijkheid binnen welomschreven grenzen was vanaf het allereerste begin al onderdeel van Gods doel. Het wordt expliciet verwoord in het eerste gebod in de Bijbel: “Van alle bomen in de hof mag u vrij eten, maar van de boom van de kennis van goed en kwaad, daarvan mag u niet eten, want op de dag dat u daarvan eet, zult u zeker sterven.” (Genesis 2:16-17) Adam en Eva mochten van elke boom in de hof eten. Ze hadden vrijheid ontvangen. Tegelijkertijd had deze vrijheid wel grenzen. Ze mochten niet eten van de boom van kennis van goed en kwaad. En God blijft Zijn mensen vrijheid geven binnen bepaalde grenzen. Deze grenzen waren nooit vaag of moeilijk te ontdekken.
God sprak altijd luid en duidelijk. Het volk Israël ontving de wet. Deze wetten waren uitgebreid en kristalhelder. Ze toonden Gods karakter aan de Israëlieten en binnen deze wetten was er vrijheid. De Israëlieten ontvingen bijvoorbeeld wetten omtrent het huwelijk. Ze moesten met iemand trouwen die van hun eigen volk was (Exodus 34:16; Deuteronomium 7:3-4), en als de vrouw land bezat, moesten ze trouwen binnen hun eigen stamverband, zoals God zei door Mozes in Numeri 36:6, “Laten zij tot vrouw worden van wie goed is in hun ogen, als zij tenminste tot vrouw worden van iemand uit het geslacht van de stam van hun vader.” Ze konden trouwen met wie goed was in hun ogen. Vrijheid. God gaf hen niet ieder individueel een heilig woord over hun toekomstige echtgenoot.
Net zo schrijft Paulus aan de Korinthiërs “Een vrouw is door de wet gebonden, zolang haar man leeft. Als haar man echter ontslapen is, is zij vrij om te trouwen met wie zij wil, maar alleen in de Heere” (1 Korinthe 7:39). Paulus schrijft als opdracht aan christenen op dat ze een andere gelovige moeten trouwen, maar ook dat ze mogen trouwen met wie ze maar willen. God blijft Zijn volk leiden door heldere regels in het Nieuwe Testament. En als er geen regels zijn en geen goddelijke openbaring, dan is daar een terrein van vrijheid en verantwoordelijkheid, waarbinnen de apostelen en de kerkleden eigen beslissingen moeten nemen. Dit gebied van vrijheid en verantwoordelijkheid wordt zelfs vergroot in het nieuwe verbond. De regels voor Israëls nationale leven werden aan de kant gezet (Hebreeën 7:18; 10:9; Romeinen 6:14; 7:6).
In Christus komt er nu bijvoorbeeld keuzevrijheid uit een ruimer menu dan wat de Mozaïsche wet toestond. Ook over andere onderwerpen benadrukt Paulus de vrijheid van gelovigen. Als er zoiets was als Gods individuele wil voor elke afzonderlijke gelovige, dan zou je verwachten dat Paulus wel iets zou schrijven over het ontdekken van die wil. Maar in plaats daarvan openbaart hij de morele wil van God en geeft gelovigen vrijheid wat betreft de besnijdenis (1 Korinthe 7:19), het eten van voedsel dat geofferd is aan afgoden (1 Korinthe 10:27), giften (2 Korinthe 9:7) en het huwelijk (1 Korinthe 7:39).
Het patroon dat de apostelen zelf volgen in hun besluitvorming is echt verbazingwekkend. Niet eenmaal wordt verteld dat ze probeerden om Gods individuele wil voor hun besluiten te ontdekken. Hun verklaringen over hun plannen worden verwoord in zinnen als: “Het leek het ons beter om..” (1 Thessalonicenzen 3:1), “Ik heb het echter nodig geacht” (Filippenzen 2:25), “En als het de moeite waard mocht zijn” (1 Korinthe 16:4), “Het is niet behoorlijk” (Handelingen 6:2), “Toen dacht het hen goed” (Handelingen 15:22; 15:25; 15:28) en simpel, “Ik heb besloten” (Titus 3:12). Het is duidelijk dat deze mannen hun keuzevrijheid gebruikten (en ook hun verantwoordelijkheid om wijze beslissingen te nemen) binnen Gods morele wil.
Dat gezegd hebbend, zien we ook hoe God soms wel in speciale aanwijzingen voorziet voor mensen. De Bijbel staat vol voorbeelden. Het volk Israël werd door de woestijn geleid door een wolkkolom (Numeri 9:15-23), profeten ontvingen speciale openbaringen (zoals Ezechiël en Mozes), mensen ontvingen dromen en visioenen (zie Genesis 37:5–11; Handelingen 10:9-16) en hoorden stemmen van engelen (zie Handelingen 5:20). Maar voordat de engel verscheen die Filippus vertelde dat hij naar de weg moest gaan die vanaf Jeruzalem afdaalt naar Gaza (Handelingen 8:26-31), was Filippus vrij om het evangelie overal te preken waar maar mogelijkheden lagen. Gods leiding door Zijn geschriften en wijsheid is normaliter afdoende. Als er meer nodig is, zal God het initiatief nemen en verdere wonderlijke leiding geven.
Dus, hééft God een individuele wil voor iedere gelovige die ontdekt moet worden? Simpel gezegd: Nee. Weet God wat het beste is voor jou? Ja, natuurlijk. Heeft God een plan? Behoudt Hij de leiding? Absoluut. Leidt God ons? Ja, dat doet Hij. Maar God heeft niet één volmaakte wil voor ons leven, die wij moeten ontdekken. Hij verlangt niet dat wij Zijn wil onderzoeken over de opleiding die we gaan volgen, welke kleding we dragen of waar we gaan wonen.
Dit kan heel oncomfortabel aanvoelen. Het kan je zelfs een gevoel van verlorenheid geven. Het is comfortabeler te denken dat wij erop kunnen vertrouwen dat God ons de beste beslissing duidelijk maakt. Vooral als het moeilijke beslissingen betreft. Maar, zoals we in het volgende stukje zullen ontdekken, we ontvangen wel alles wat we nodig hebben om een goede beslissing te maken. “Zijn Goddelijke kracht heeft ons alles geschonken wat tot het leven en de godsvrucht behoort, door de kennis van Hem Die ons geroepen heeft door Zijn heerlijkheid en Zijn deugd” (2 Petrus 1:3).
Hoe kun je goede beslissingen maken?
In het boek “Decision Making and the Will of God” vat de auteur Garry Friesen het maken van goede beslissingen samen in vier punten:
- Als God opdrachten geeft, moeten we gehoorzamen.
- Wanneer er geen gebod is, geeft God ons vrijheid (en verantwoordelijkheid) om zelf te kiezen.
- Wanneer er geen gebod is, geeft God ons wijsheid om te kiezen.
- Als we hebben gekozen wat moreel goed en wijs is, moeten we vertrouwen op de soevereine God om alle details ten goede te gebruiken.
Ik heb al geschreven over de eerste twee punten. God openbaart Zijn morele wil in de Bijbel. En als er geen gebod is, ontvangen we vrijheid om zelf te kiezen. Die vrijheid kan ons intimideren. Maar God laat ons er niet alleen voor staan.
Wijsheid
Als je een bijbelstudent vraagt wat je moet lezen als je wilt weten wat goed leven is, zal hij waarschijnlijk wijzen op de wijsheidsboeken van de Bijbel: Spreuken, Prediker, Hooglied en Job. De wijsheidsliteratuur is opwindend, omdat het over het echte leven gaat. Er is geen praktischer boek dan Spreuken bijvoorbeeld. Deze boeken behandelen allemaal het concept Wijsheid. Wijsheid is een belangrijk thema in de Bijbel. Je zult het niet alleen vinden in de wijsheidsliteratuur, maar in elk bijbelboek. De hele Hebreeuwse Bijbel is meditatie-literatuur die je wijsheid en inzicht geeft, hoe langer je ermee bezig bent.
Maar wat is wijsheid? In ons modern (en westers) begrip, refereert wijsheid vaak aan intellectuele kennis. Een wijs persoon is waarschijnlijk slim en heeft veel levenservaring. In de Bijbel heeft wijsheid een wat andere betekenis. In het boek Spreuken wordt wijsheid omschreven als de vrees van de Heere. Het is een liefdevol ontzag voor God die ook overgave aan Zijn heerschappij inhoudt en gehoorzaamheid aan Zijn woord (Prediker 12:13). In eenvoudiger woorden: wijsheid is vertrouwen dat God het het beste weet, waardoor je gaat leven volgens Zijn geboden.
- “De vreze des HEEREN is het beginsel van de kennis, dwazen verachten wijsheid en vermaning.” (Spreuken 1:7)
- “Wees niet wijs in je eigen ogen: vrees de HEERE en keer je af van het kwade.” (Spreuken 3:7)
- “De slotsom van al wat door u gehoord is, is dit: Vrees God, en houd u aan Zijn geboden, want dit geldt voor alle mensen. God zal namelijk elke daad in het gericht brengen, met alles wat verborgen is, hetzij goed, hetzij kwaad.” (Prediker 12:13-14)
Om echte wijsheid te hebben, moeten we ophouden te vertrouwen op onszelf en ons begrip van wat “goed” is en gewoon vertrouwen op Gods wijsheid en Zijn geboden. Maar dit is nu precies iets dat we niet kunnen doen in onze eigen kracht. Dus zegt Jacobus: “En als iemand van u in wijsheid tekortschiet, laat hij die dan vragen aan God, Die aan ieder overvloedig geeft en geen verwijten maakt, en ze zal hem gegeven worden” (Jacobus 1:5). God zal ons die wijsheid geven zodat we in staat zijn om het goede leven te leven, dat is beschreven in het boek Spreuken. Hoe? Door Zijn Geest.
De Heilige Geest
In het Oude Testament gaf God altijd duidelijke leiding door Zijn geboden, profeten en bovennatuurlijke openbaring. Toen kwam Jezus en toonde ons wie God werkelijk is, Zijn karakter, Zijn wijsheid en Zijn wil. Jezus openbaarde God aan ons. Maar toen Jezus de aarde verliet, werden we niet hulpeloos achtergelaten. Wij ontvingen de Trooster, de Heilige Geest.
- “Als u Mij liefhebt, neem dan Mijn geboden in acht. En Ik zal de Vader bidden, en Hij zal u een andere Trooster geven, opdat Hij bij u blijft tot in eeuwigheid, namelijk de Geest van de waarheid, Die de wereld niet kan ontvangen, want zij ziet hem niet en kent Hem niet, maar u kent Hem, want Hij blijft bij u en zal in u zijn.” (Johannes 14:15-17)
- “Maar de Trooster, de Heilige Geest, Die de Vader zenden zal in Mijn Naam, Die zal u in alles onderwijzen en u in herinnering brengen alles wat Ik u gezegd heb.” (Johannes 14:26)
Toen Jezus wegging heeft Hij ons niet als wezen achtergelaten zonder iemand die ons kan leiden. De Vader zond Zijn Heilige Geest die ons altijd terugleidt naar Jezus, door onze aandacht te trekken naar de woorden die God heeft gesproken door Zijn Zoon. De Geest is Gods levengevende adem, zijn ruach, Zijn tegenwoordigheid binnenin ons. Zoals in Genesis 1 is de Geest Gods tegenwoordigheid die orde en schoonheid en leven schept in gebieden die voorheen donker, chaotisch en onbewoonbaar waren.
Maar hoe helpt de Geest ons dan in ons keuzeproces? Vertelt Hij ons wat de juiste beslissing is door middels een klein inwendig stemmetje tegen ons te spreken? Nee, de Geest schrijft de morele wet van God in onze harten, zodat we vrij kunnen zijn in Christus. Door de Geest zijn we in staat om te verlangen naar Gods morele wil. Paulus formuleert het zo in Romeinen 8:5-10:
“Immers, zij die naar het vlees zijn, bedenken de dingen van het vlees, maar zij die naar de Geest zijn, de dingen van de Geest. Want het bedenken van het vlees is de dood, maar het bedenken van de Geest is leven en vrede. Immers, het denken van het vlees is vijandschap tegen God. Het onderwerpt zich namelijk niet aan de wet van God, want het kan dat ook niet. En zij die in het vlees zijn, kunnen God niet behagen. Maar u bent niet in het vlees, maar in de Geest, wanneer althans de Geest van God in u woont. Maar als iemand de Geest van Christus niet heeft, die is niet van Hem. Als Christus echter in u is, dan is het lichaam wel dood vanwege de zonde, maar de geest is leven vanwege de gerechtigheid.”
Door de Geest worden we getransformeerd naar het beeld van Jezus (Romeinen 8:29). We worden een nieuwe schepping (2 Korinthe 5:17; Galaten 6:15). Een schepping die dood was, maar nu leeft. Net als in Genesis 1 waar God orde schept en schoonheid en leven in een donkere, chaotische en onbewoonbare omgeving. God wil je transformeren zodat Zijn leven, schoonheid en orde ook kan regeren binnenin jou.
Maar wordt het dan gemakkelijk om de dingen van de Geest te gaan doen, de dingen van God? Helaas, nee. In Romeinen hoofdstuk 7 toont Paulus de strijd die alle gelovigen door moeten maken. En dat is dat we net als Paulus zeggen: “Want het goede dat ik wil, doe ik niet, maar het kwade, dat ik niet wil, dat doe ik” (Romeinen 7:19) en: “Het willen is er bij mij wel, maar het goede teweegbrengen, dat vind ik niet” (Romans 7:18b). Ik denk dat we dat allemaal moeten belijden. We hebben allemaal een strijd te strijden, bij elke beslissing die we maken.
Maar we moeten vertrouwen op de Heilige Geest om Zijn werk in ons te doen. We moeten vertrouwen op het feit dat we door de Heilige Geest in feite helemaal capabel zijn om te onderscheiden wat de wil van God is. Door onze gedachten te richten op de Heilige Geest (onze gedachtenwereld inclusief gevoelens en verlangens), wordt onze geest vernieuwd zodat we kunnen zien wat goed, welbehaaglijk en volmaakt is. “Word niet aan deze wereld gelijkvormig, maar word innerlijk veranderd door de vernieuwing van uw gezindheid om te kunnen onderscheiden wat de goede, welbehaaglijke en volmaakte wil van God is.” (Romeinen 12:2).
Dus, waar staan we dan nu?
Helaas zullen belangrijke beslissingen altijd moeilijk blijven. Zoals Paulus, moeten wij ook strijd leveren om de juiste beslissing te nemen. We doen wat we niet willen doen. We willen wel het goede doen, maar we ervaren steeds dat we in plaats daarvan zondigen. En hoewel Gods morele wil helemaal aan ons geopenbaard is, blijft de Bijbel vaak nog steeds moeilijk te begrijpen.
Maar het maken van de juiste keuze is wel veel minder ingewikkeld dan we vooraf dachten. We hoeven niet te wachten tot God ons op magische wijze de juiste beslissing toont. We hoeven ook niet bang te zijn om de verkeerde beslissing te nemen. Dat is belangrijk. Door geloof zijn we rechtvaardig voor God. Onze moreel-slechte beslissingen zijn “schoongewassen”. Een foute beslissing zal Gods plan voor ons niet stuk maken. Zo sterk zijn wij helemaal niet. En wij hebben ook de leiding niet. Het zou arrogant zijn als we dat dachten (Jacobus 4:14-15).
Dus we kunnen gewoon onze vrijheid en verantwoordelijkheid omarmen om de juiste beslissing te nemen, zoals een kind die zijn Vaders wil kent. Dit kunnen we doen als we onszelf onderdompelen in Zijn Woord, dat ons wijsheid leren wil, Gods definitie van goed en kwaad. We moeten de Heilige Geest vertrouwen om Zijn werk in ons te doen en in de mensen om ons heen. We moeten wijze mensen in ons leven om advies vragen (Spreuken 12:15; 19:20-21; 1 Koningen 12:1-20). Dan komt het uiteindelijk allemaal hierop neer:
“Wandel door de Geest en u zult zeker de begeerte van het vlees niet volbrengen. Want het vlees begeert tegen de Geest in, en de Geest tegen het vlees in; en die staan tegenover elkaar, zodat u niet doet wat u zou willen. Als u echter door de Geest geleid wordt, bent u niet onder de wet. Het is bekend wat de werken van het vlees zijn, namelijk overspel, hoererij, onreinheid, losbandigheid, afgoderij, toverij, vijandschappen, ruzie, afgunst, woede-uitbarstingen, egoïsme, onenigheid, afwijkingen in de leer, jaloersheid, moord, dronkenschap, zwelgpartijen, en dergelijke; waarvan ik u voorzeg, zoals ik ook al eerder gezegd heb, dat wie zulke dingen doen, het Koninkrijk van God niet zullen beërven. De vrucht van de Geest is echter: liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, zelfbeheersing. Daartegen richt de wet zich niet.” (Galaten 5:16-23)
Bronnen
- Sahakian, B. J. & Labuzetta, J. N. (2013). Bad moves: how decision making goes wrong, and the ethics of smart drugs. London: Oxford University Press.
- Wansink, B. & Sobal, J. (2007). Mindless eating: The 200 daily food decisions we overlook. Environment and Behavior, 39:1, 106-123.
- Friesen, G., & Maxson, R. J. (2004). Decision Making and the Will of God: A Biblical Alternative to the Traditional View (Twenty-Fifth Anniversary, Revised and Updated ed.). Multnomah.
- Waltke, B. K. (2016). Finding the Will of God: A Pagan Notion? (Second ed.). Eerdmans.
- Tim Mackie Archives. (2017, 21 Augustus). Be filled with the Spirit – All things new [Ephesians] Tim Mackie (the Bible Project) [Video]. YouTube.

