Jezus zei: “Abraham, uw vader, verheugde zich er sterk op dat hij Mijn dag zou zien, en hij heeft die gezien en heeft zich verblijd.” (Johannes 8:56 HSV)
Abraham leefde bijna tweeduizend jaar vóór de geboorte van de Heere Jezus. Toch zegt de Bijbel dat hij Zijn komst heeft “gezien” en er blij over was. Hoe is dat mogelijk?
Het antwoord vinden we in Hebreeën 11:13 (HSV). Daar lezen we over de gelovigen uit het Oude Testament: “Deze allen zijn in het geloof gestorven. Zij hebben de vervulling van de beloften niet verkregen, maar hebben die vanuit de verte gezien en geloofd en begroet.”
Abraham “zag” dus door geloof wat voor menselijke ogen nog lang niet zichtbaar was. Hij kende niet alle details over Jezus’ leven en werk. Hij zag Hem slechts “vanuit de verte”. Toch maakte dat vooruitzicht Abraham ontzettend blij.
Wij leven ongeveer tweeduizend jaar ná Jezus’ geboorte. We weten hoe Hij op aarde leefde, we kennen het onderwijs dat Hij gaf en we vieren dat Hij de dood overwon. Maar tegelijkertijd zien we net als Abraham vooruit naar “de dag van Jezus” — de dag dat Hij weer terugkomt op aarde en Zijn Koninkrijk definitief zal vestigen. Dat moment ligt nog in de toekomst, en we kennen de details niet. Maar we mogen ons er al wel op verheugen, omdat we door het geloof zeker weten dat deze dag komt.
Hoe zie jij uit naar de grote dag van Jezus?

